Blog meldcentrale “Niemand zag dat mijn vader er steeds slechter uit ging zien”

22 mei 2020

Meldcentrale

 

Nu we voorzichtig moeten zijn met bezoekjes aan zeventigplussers, krijgen ouderen veel minder bezoek dan voorheen. Bellen kan gelukkig wel, maar dat levert toch beperkte informatie op. Dat ontdekte ook de familie Van Veen. Zoon Johan vertelt:

“Mijn vader woont alleen in het dorp waar ik geboren ben. Mijn broers en ik wonen inmiddels verspreid over het land. Gelukkig redt hij zich nog prima. Hij heeft zichzelf leren koken en vermaakt zich met de krant en wat knutselen in zijn schuurtje. We maken ons dus niet echt zorgen over hem, al slikt hij al jaren medicijnen voor zijn hart.”

Dagelijkse telefoontjes
Vanwege de coronacrisis besloten Johan en zijn broers dat het voorlopig beter was om niet bij hun vader op bezoek te gaan. In plaats daarvan belden ze hem om beurten. Vrijwel elke dag had meneer Van Veen wel één van zijn zonen aan de lijn. “Die telefoongesprekjes waren niet heel lang. We zitten allemaal thuis en maken eigenlijk weinig mee. Veel meer dan het laatste nieuws doornemen was het niet. En natuurlijk elkaar informeren over de zieken in onze vrienden- en kennissenkring.”

Vage klachten
Zo kon het gebeuren dat niemand had opgemerkt dat het eigenlijk steeds slechter ging. Aan de telefoon vertelde hij niet over zijn vermoeidheid en slechte eetlust. “Waarschijnlijk nam hij het zelf ook niet zo serieus”, denkt Johan achteraf. “Je leeft ineens zo’n ander leven, komt de deur niet meer uit. Dan denk je al gauw dat het erbij hoort.”

Alarm slaan
Op maandagmiddag voelt meneer Van Veen zich ronduit beroerd. Gelukkig heeft hij de halszender van zijn personenalarm om en drukt op de knop. Als de telefoniste via de spreek-luisterverbinding informeert of alles goed is, komt er een zeer onduidelijk antwoord. Meneer is niet goed in staat te antwoorden op de vragen van de alarmcentrale. Daarop wordt direct de eerste contactpersoon gealarmeerd: de buurman van meneer Van Veen. Die is er binnen enkele minuten en ziet dat het foute boel is. De ambulance is dan al onderweg, gewaarschuwd door de alarmcentrale.

Kantje boord
“Van de buurman begreep ik dat hij heel erg schrok toen hij mijn vader zag. Hij was helemaal grauw en nauwelijks aanspreekbaar. Gelukkig was de ambulance er heel snel.” Meneer Van Veen wordt naar het ziekenhuis gebracht. Dankzij goede medische zorg knapt hij gelukkig snel weer snel op. “Achteraf bleek dat mijn vader al weken de verkeerde dosis medicijnen nam, waardoor zijn hart niet optimaal functioneerde en hij zich steeds ellendiger ging voelen. Het had niet veel gescheeld of dit was verkeerd afgelopen.”

Dag en nacht
De familie is natuurlijk ontzettend geschrokken. “Als je elkaar niet ziet, mis je dus bepaalde signalen. Dat hebben we echt onderschat. Het personenalarm heeft mijn vaders leven gered. Vanaf nu vragen we dóór als we hem bellen.”